Zorgvisie

Uw kind is onze zorg. In deze tekst leest u welke zorg onze school kan verstrekken, hoe we denken over zorg, wat we ermee willen bereiken, en wat we als school kunnen aanbieden en wat niet.

Onze visie op zorg

 
Hoe kijken wij naar het zorgbeleid op onze school ?

Eén september 2015 gaat het M-decreet van start.
 
Anderhalf jaar geleden maakten we op school reeds  kennis met de inhoud van het M-decreet.
We maakten een sterkte / zwakte analyse van ons zorgbeleid en stemden dat af op het decreet.
 
Een continuüm van zorg op school.
Wat bedoelen we daarmee?
 
Wij streven ernaar continu te werken aan een zorgzame school. Het leeft binnen onze schoolmuren;  het is een manier van kijken naar, van denken over. We spreken onder elkaar tijdens overlegmomenten één-zelfde taal.
 
Het zorgcontinuüm is een kader dat ons helpt  het zorgbeleid in onze school op te bouwen . Het bestaat uit vier fasen. ( zie figuur)
 
 

 
 
Continuüm betekent een doorlopend, aansluitend geheel. Daarom zijn de scheidingen tussen de fasen en de driehoeken getekend met stippellijnen. Onze zorgwerking vloeit ‘natuurlijk’ over naar een intensievere vorm van zorg. Of omgekeerd.
 
Met ‘brede basiszorg ‘ in fase 0 bedoelen we de zorg die je aan alle leerlingen biedt. Je houdt rekening met de verschillen tussen de kinderen. Bv. naar tempo, niveau, korte instructie, lange instructie, visuele ondersteuning, auditieve ondersteuning,…
Brede basiszorg vertelt jullie ook iets over wie we zijn als school, waar we onze accenten leggen, ons leesbeleid organiseren, hoe we evalueren,…
 
Met  ‘verhoogde zorg’ in fase 1 bedoelen we de leerlingen die een extra duwtje nodig hebben of een intensieve herhaling gedurende enkele weken. Dit kan een individuele leerling zijn of een groep leerlingen. Wij geven er als school de voorkeur aan deze zorg te organiseren binnen de klascontext. De leerlingen kunnen de lessen blijven volgen, maken dezelfde oefeningen maar krijgen extra ondersteuning. Eventueel worden hier tijdelijke sticordi maatregelen (stimulerende, compenserende, remediërende of dispenserende) genomen (bv. werken met een tafelkaart) of herhalen we de leerstof van een vorige stap die niet voldoende gekend is. Na deze periode verliezen we het evalueren niet uit het oog ( formatieve toetsen = maandtoetsen). Zo bent u als ouder op de hoogte van de evolutie van uw kind.
 
Voor een kleiner aantal kinderen volstaat de verhoogde zorg uit fase 1 niet . Fase 2 is dan ook de fase van ‘uitbreiding van zorg’. We schakelen over op redelijke aanpassingen zoals bv. curriculumdifferentiatie, een vertraagde leerlijn, externe hulp bv logo, sticordi maatregelen die blijvend zijn en aangevuld worden.  Sprint, een  software pakket voor dyslexie, is daar een voorbeeld van.
We stellen een handelingsplan op zodat we weten wat we willen bereiken, hoe we dat willen bereiken en welke hulp we hierbij nodig hebben. U, als ouder wordt hier gedurende het hele proces bij betrokken. Er worden gedifferentieerde toetsen aangeboden zodat we de evolutie kunnen volgen en kunnen toetsen of de maatregelen die we nemen voldoende zijn.
 
Soms kan het zijn dat het onderwijsaanbod van onze school onvoldoende is. De zorgvraag wordt te groot en er is vraag naar nog meer aanpassingen. Op dat moment spreken we van fase 3: een ‘ overstap naar school op maat’. Dat kan het basisaanbod in het buitengewoon onderwijs zijn, of er wordt een nieuwe basisschool gekozen, of die overstap naar school op maat speelt zich af binnen onze school, en dan spreken we van een individueel aangepast curriculum.
 
 
Om onze werking te optimaliseren integreren wij de zorgvisie en de methodiek van handelingsgerichtwerken. (HGW)
HGW vertrekt vanuit zeven uitgangspunten. Deze zeven uitgangpunten (zorgvisie) houden we voortdurend in het oog samen met het zorgcontinuüm. We willen daarmee bewaken dat we de drie fases kwaliteitsvol doorlopen. We spreken als team dezelfde taal.
 
De leerkracht werkt elke dag met de leerling: de leerkracht doet er toe (1). Zij/hij zorgt op de eerste plaats voor een positieve ontwikkeling van de leerling op het gebied van leren, werkhouding en sociaal-emotioneel functioneren. Samen met het zorgteam kan gekeken worden wat de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften  (2) zijn. Wij vragen ons als school in de eerste plaats af : wat heeft deze leerling nodig ( aanpak, aanbod, ondersteuning) in plaats van wat heeft deze leerling ( diagnose, stoornis)om een doel(6) te bereiken. Hierbij gaan wij ons werken afstemmen op elkaar en zorgen voor een wisselwerking (3); wat werkt in het 2de lj werkt misschien niet meer in het 4de lj. Soms kan een kleine verandering in de onderwijsleeromgeving voldoende zijn. Wij vertrekken hierbij steeds vanuit het positieve (4), waar is deze leerling goed in? Wat zijn zijn of haar sterke kanten? Wij geloven dat door het positieve te versterken dit leidt tot betere leerresultaten en een beter welbevinden. Voor we stappen ondernemen in ons zorgcontinuüm streven we ernaar onze informatie zo volledig en nauwkeurig mogelijk te verzamelen. Eerst denken en dan doen, wat kan ons bij dit kind helpen? Het systematisch en transparant  (5) werken biedt ons een houvast als team, iedereen kent, begrijpt en gebruikt de afgesproken werkwijze. Hierbij stellen we onszelf altijd een doel voor ogen, wat willen we bereiken, hoe doen we dat en met wie. We nemen niet zomaar testen af. We werken doelgericht (6).
Maar bij dit alles verliezen we het constructief samenwerken (7) niet uit het oog.
Samenwerking  tussen alle partijen, ouders, leerlingen, leerkracht, zorgteam, externen  (bv logo) CLB,….staat bij ons hoog aangeschreven. Ouders zijn ervaringsdeskundigen en kinderen kunnen aangeven hoe iets bij hen het best werkt (kindgesprekken), leerkracht, CLB en externen zijn de professionelen.
 
Tijdens de overlegmomenten  met de verschillende partijen doorheen de verschillende fases van het zorgcontinuüm willen we vooral het welbevinden van uw kind niet uit het oog verliezen.
 
 
Onze kijk op MBB ( meerbegaafdenbeleid )

Wat ?
Het meerbegaafdenbeleid ( MBB)  behoort tot ons zorgbeleid . Het vertelt jullie hoe we omgaan met kinderen die tot ‘net ietsje meer ‘ of tot  ‘heel wat meer ‘ in staat zijn .
Hoe is het gegroeid ?
Het hele team volgde studiedagen en verdiepte zich in specifieke literatuur zoals het boek ‘Hoogbegaafd ‘ van Tessa Kieboom en de tekst ‘ Het hoogbegaafdenbeleid: een verstandige zorg ‘ van Bie Lambrechts .
Er volgden werkdagen , personeelsvergaderingen en een stuurgroep werd opgericht .
Over welke kinderen gaat het ?
We focussen ons niet alleen op hoogbegaafde kinderen maar ook op begaafde kinderen die zich onderscheiden van de klasgroep door hun hoge werktempo , hun manier van complexe problemen oplossen  , hun in het oog springende enthousiasme en motivatie . Daarom spreken we van ons meerbegaafdenbeleid.
Hoe herkennen we deze kinderen ?
Om deze kinderen tijdig op te sporen maken we gebruik van interne testen zoals intak ( zowel voor taal als rekenen ) in het kleuter , lvs ( leerlingenvolgsysteem ) in het lager . Een 10 – vragenlijst met leerstof van een hoger niveau  helpt ons hierbij. Kinderen die opvallen op zo’n 10 vragenlijst  krijgen lvs – testen van een hoger leerjaar . Deze testen vertellen ons duidelijk wat kinderen al dan niet aankunnen . Overleg tussen ouders en leerkracht verliezen we hierbij niet uit het oog . Een  IQ – test in overleg met  het CLB behoort ook tot de mogelijkheden .
 
Hoe gaan we nu concreet  te werk ?
We baseren ons hiervoor op twee pijlers.
Op de eerste plaats werken we volgens het kunnen van het individuele kind en stimuleren dit door ‘ ander werk ‘ aan te bieden in de klas .We noemen dit binnenklasdifferentiatie. We vertrekken hier vanuit het standpunt dat de oefeningen in het werkboek hen onvoldoende stimuleren tot nadenken , hen te weinig confronteert met het maken van fouten waardoor het leren ‘opnieuw proberen’ ontbreekt . Dus beperken we de oefeningen in het werkboek door aan te duiden wat wel of niet moet gemaakt worden .Een individueel contract kan opgesteld worden . We leggen de kinderen ook uit waarom we zo werken . De tijd die vrij komt besteden we aan het ‘verdiepen’ of ‘verbreden’ van de leerstof.
Met verdiepen bedoelen we meer kennis en vaardigheden opdoen over een bepaald onderwerp . Stimuleren van hun eigen denken bv oefeningen in Somplex , Rekentijger .
Met verbreding bedoelen we het aanvullen van de te kennen leerstof van het basisonderwijs bv vreemde talen , computervaardigheden , denkspelen .
We bewaken dat beiden aan bod komen . Soms overlappen ze elkaar, soms worden ze door een externe persoon medeondersteund .
We vinden het belangrijk dat kinderen leren omgaan met het maken van fouten ; dat ze leren doorzetten en overleggen met anderen . Dit hoort bij ‘ander werk’ .  Ander werk thuis moeten afwerken kan ook en het woordje ‘saai ’ over ander werk behoort tot de mogelijkheden.
We kennen de valkuilen door deze manier van werken zoals :
  • Het trager werken aan de basisoefeningen.
  • Het maken van onverklaarbare foutjes.
  • Het herhaaldelijk vragen naar het mogen helpen van klasgenootjes.
Daarnaast blijft er tijd over voor lezen of ander vrij werk . We streven er naar om zoveel mogelijk een uitzonderingspositie te vermijden .
Huiswerk kan ook ingevuld worden door ‘ ander werk ‘ dit in het verlengde van de klas . De frequentie hangt af van de behoefte .
We leren de kinderen hun werk zelfstandig te verbeteren met opvolging door de lkr . Het gemaakte werk wordt meegegeven naar huis . Ook kan het meegedeeld worden op het maandrapport . De letter U ( uitbreiding ) helpt je dit terug te vinden op het rapport . Op het summatieve rapport komt dit niet voor .
Ook in de kleuterklas wordt ‘ moeilijker ‘ materiaal aangeboden . De juf kan de kleuter tot een bepaalde taak verplichten en proberen grenzen te verleggen, dit door materiaal uit een hogere klas erbij te halen . Stimuleren en motiveren blijven hierbij heel belangrijk .
Gedurende de hele basisschool werken we op deze manier . Alle kinderen worden na verloop van tijd deze manier van werken gewoon .
 Op de tweede plaats  organiseren we  een extra klasje of kangoeroeklas
( indien het lestijdenpakket dit toelaat ) . Hier krijgen de kinderen de kans zich om de 14 dagen één uur per graad te verdiepen in extra vaardigheden . Ze leren er zelfstandig opdrachten uitvoeren en verwerken . Dit soms zonder instructie of toelichting . Wel leren we hen  kernwoorden aanduiden , schema’s en samenvattingen  maken ,  mindmaps gebruiken , …. .
We leren hen ook samenwerken en samen naar oplossingen zoeken . De opdrachten in dit klasje overstijgen de gewone opdrachten ; het zijn overwegend open opdrachten . Best moeilijk ! Tevens kunnen deze ook beoordeeld en geëvalueerd worden .
We hebben ook oog voor het sociaal-emotionele van deze groep . Filosoferen , eens nadenken en uitspreken wat hen bezighoudt komt in de kangoeroeklas aan bod .
 
Met het team werd nieuw materiaal aangekocht specifiek voor de behoeften van deze kinderen .